In de wereld van de bedrijfskunde zijn er verschillende benaderingen die organisaties kunnen aannemen, afhankelijk van hun doelstellingen, waarden en culturele achtergrond. Twee prominente modellen die vaak worden besproken, zijn het Rijnlandse en het Angelsaksische model. Deze modellen hebben elk hun eigen voor- en nadelen, die we in dit artikel zullen onderzoeken.

Het Rijnlandse Model

Het Rijnlandse model, genoemd naar de regio in West-Duitsland waar het zijn oorsprong vond, benadrukt de langetermijnstrategie, stabiliteit en consensus. Het gaat uit van een brede betrokkenheid van stakeholders en legt de nadruk op sociale verantwoordelijkheid, kwaliteit en duurzaamheid.

Voordelen van het Rijnlandse model:

  • Langetermijnvisie: Door de focus op lange termijnstrategieën, is dit model in staat duurzame groei en stabiliteit te bevorderen.
  • Sociale Verantwoordelijkheid: Met een nadruk op de belangen van verschillende stakeholders, waaronder werknemers, bevordert dit model een duurzame en sociale bedrijfsvoering.
  • Kwaliteitsfocus: Rijnlandse organisaties hechten vaak veel waarde aan de kwaliteit van hun producten of diensten, wat kan leiden tot hogere klanttevredenheid.

Nadelen van het Rijnlandse model:

  • Minder Flexibel: Door de focus op consensus kan het Rijnlandse model minder flexibel zijn en kunnen beslissingen langzamer worden genomen.
  • Lagere Kortetermijnrendementen: De focus op langetermijnstrategieën kan soms leiden tot lagere kortetermijnrendementen.

Het Angelsaksische Model

Het Angelsaksische model, geworteld in de Engelssprekende landen zoals de VS en het VK, is gefocust op aandeelhouderswaarde en winstmaximalisatie. Dit model benadrukt flexibiliteit, snelle besluitvorming en innovatie.

Voordelen van het Angelsaksische model:

  • Hoge Rendementen: Door de focus op winstmaximalisatie kan dit model hoge financiële rendementen genereren.
  • Flexibiliteit en Snelheid: Door de focus op snelle besluitvorming kunnen Angelsaksische organisaties zich snel aanpassen aan veranderingen in de markt.

Nadelen van het Angelsaksische model:

  • Minder Duurzaam: Door de focus op kortetermijnwinsten kan dit model minder duurzaam zijn op de lange termijn.
  • Minder Sociale Verantwoordelijkheid: Dit model legt minder nadruk op de belangen van andere stakeholders dan aandeelhouders, zoals werknemers, wat kan leiden tot minder sociale verantwoordelijkheid.

Conclusie

Of het Rijnlandse model ‘beter’ is dan het Angelsaksische model, hangt echt af van de specifieke doelstellingen en waarden van een organisatie. Beide modellen hebben hun eigen voor- en nadelen, en het is aan elke organisatie om te bepalen welk model het beste past bij hun specifieke behoeften en context.

Een onderneming die een sterke focus op sociale verantwoordelijkheid, duurzaamheid en kwaliteit heeft, kan wellicht meer baat hebben bij het Rijnlandse model. Tegelijkertijd kan een onderneming die snel moet innoveren en zich aanpassen aan een snel veranderende markt het Angelsaksische model als passender beschouwen.

Het is ook belangrijk op te merken dat er geen vast en onveranderlijk onderscheid is tussen de twee modellen; veel organisaties nemen elementen van beide modellen aan in hun managementpraktijken. Het is niet ongewoon om Angelsaksische bedrijven te zien die sociale verantwoordelijkheid benadrukken, of Rijnlandse bedrijven die flexibiliteit en innovatie hoog in het vaandel hebben staan.

In het licht van de huidige mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering en sociale ongelijkheid, is er een groeiende erkenning van de behoefte aan een evenwichtiger en duurzamer bedrijfsmodel. Misschien is de toekomst van organisatiemanagement niet zozeer een kwestie van kiezen tussen het Rijnlandse of het Angelsaksische model, maar eerder het vinden van de juiste balans en integratie van de sterke punten van beide.

In de complexe wereld van vandaag is er geen ‘one-size-fits-all’ oplossing voor organisatiemanagement. Het gaat erom de juiste benadering te vinden die past bij de specifieke behoeften en waarden van uw organisatie, en bereid te zijn zich aan te passen en te evolueren naargelang de omstandigheden veranderen. Daar ligt de ware sleutel tot succesvol organiseren.

Een discrepantie tussen vakman, manager en ondernemersvaardigheden kan ontstaan wanneer je jezelf richt op het ontwikkelen van vaardigheden in slechts één van deze gebieden, terwijl je de andere vakgebieden verwaarloosd. Vaak wordt een onderneming gestart vanuit de drijfveer vakman en de andere vakgebieden moeten nog worden aangeleerd.

Vakmanschap = meesterschap?

Een vakman richt zich op het perfectioneren van zijn of haar vakmanschap en expertise op een bepaald gebied, zoals een timmerman, een programmeur, een schilder, enz. Een vakman kan zich echter richten op het perfectioneren van zijn of haar vakmanschap, omdat dit vanzelf gaat. De zakelijke aspecten van zijn of haar werk begrijpen, zoals marketing, boekhouding en personeelsbeheer is een andere tak van sport.

Manager lijdinggevende of leidinggevende?

Een manager is verantwoordelijk voor het aansturen van mensen en middelen om bepaalde doelen te bereiken. Een manager kan echter teveel bezig zijn met het aansturen van mensen en het oplossen van problemen op de korte termijn, waardoor hij of zij zich niet genoeg richt op het ontwikkelen van de strategische visie en langetermijndoelen van het bedrijf.

Slaaf van je onderneming?

Een ondernemer richt een bedrijf op en bouwt deze verder uit. Ondernemers kunnen echter zo gefocust zijn op het vinden van nieuwe kansen en het ontwikkelen van nieuwe ideeën, dat ze niet genoeg aandacht besteden aan het beheersen van de operationele aspecten van hun bedrijf, zoals het opstellen van budgetten en het managen van cashflow.

Ondernemerschap is meesterschap?

Om succesvol te zijn in het bedrijfsleven, moeten vakmannen, managers en ondernemers vaardigheden ontwikkelen in alle drie de gebieden. Een vakman moet niet alleen zijn vakmanschap perfectioneren, maar ook de zakelijke aspecten van zijn werk begrijpen. Een manager moet niet alleen problemen oplossen op de korte termijn, maar ook een strategische visie ontwikkelen voor de lange termijn. En een ondernemer moet niet alleen nieuwe kansen vinden, maar ook effectief de operationele aspecten van het bedrijf beheren.

SAMENVATTING E-MYTH (Aanrader)

Het boek “The E-Myth Revisited: Why Most Small Businesses Don’t Work and What to Do About It” (vertaald als “De E-mythe: Waarom de meeste kleine ondernemingen niet werken en wat je eraan kunt doen”) is geschreven door Michael E. Gerber. In dit boek worden bovengenoemde aspecten uitgebreid beschreven, maar ook oplossingsrichtingen. Echt een aanrader!

Het boek gaat over het verschil tussen het zijn van een technisch expert (bijvoorbeeld een kok, loodgieter of programmeur) en het runnen van een succesvolle onderneming. Gerber betoogt dat veel ondernemers hun bedrijf starten vanuit een passie voor hun vakgebied, maar falen omdat ze niet de vaardigheden hebben om een effectieve ondernemer te zijn.

Gerber introduceert de “E-mythe”, die stelt dat de meeste ondernemers denken dat ze moeten werken in hun bedrijf, terwijl ze eigenlijk moeten werken aan hun bedrijf. Hij pleit voor het creëren van systemen en processen om het bedrijf te stroomlijnen, zodat het kan blijven groeien, zelfs als de ondernemer er niet constant bij betrokken hoeft te zijn.

Het boek bevat praktische adviezen en casestudy’s om ondernemers te helpen bij het bouwen van een succesvol bedrijf. Gerber benadrukt ook het belang van een heldere visie en missie voor het bedrijf, en het creëren van een cultuur die de groei en ontwikkeling van medewerkers bevordert.

Al met al is “The E-Myth Revisited” een nuttig boek voor iedereen die een onderneming wil starten of al een bedrijf heeft, maar worstelt met het opschalen en laten groeien van hun onderneming.

Hoe zien we klanttevredenheid in een onderwijsorganisatie?

Klanttevredenheid in het onderwijs is van nature geen gebruikelijk begrip in het onderwijs, maar als we ouders en kinderen nu gaan zien als onze klanten, dan veranderd de zienswijze op deze belangrijke groep die zorgt voor het bestaansrecht van je schoolorganisatie.

Klanttevredenheid is van zeker belang in het primaire onderwijs. Ouders en verzorgers van kinderen zijn de belangrijkste ‘klanten’ van het onderwijs in uw plaats en hun tevredenheid kan een belangrijke rol spelen bij het behoud en het aantrekken van leerlingen en het behouden van een positieve reputatie voor uw school.

Klanttevredenheid is niet alleen van belang voor het aantrekken van leerlingen, het kan namelijk ook een invloed hebben op de prestaties van de leerlingen en hun motivatie om te leren. Ouders die tevreden zijn met de school en het onderwijs dat hun kinderen ontvangen, zullen wellicht eerder betrokken zijn bij de school en de leerprestaties van hun kinderen ondersteunen.

Om de klanttevredenheid te meten en te verbeteren, kan je als schoolorganisatie feedback verzamelen van ouders en verzorgers door middel van enquêtes en gesprekken. Door te luisteren naar de feedback van ouders en verzorgers, kan de school de behoeften van de leerlingen en hun families beter begrijpen en hierop inspelen.

Is medewerkerstevredenheid van groot belang in een onderwijsorganisatie?

Deze vraag stellen is hem natuurlijk ook beantwoorden, natuurlijk is het ook van groot belang in het onderwijs om medewerkers tevreden te houden. Een positieve werkomgeving en tevreden medewerkers dragen namelijk bij aan betere leerresultaten voor leerlingen. Medewerkers die zich gewaardeerd voelen en tevreden zijn met hun werk zullen zich gemotiveerder voelen om zich in te zetten voor de leerlingen en voor de school. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot een hogere betrokkenheid bij de leerlingen, een hogere kwaliteit van het onderwijs, en een lagere kans op verloop van personeel en dat is in deze tijd van personeelstekorten wel zo prettig.

Bovendien kan het meten van de medewerkerstevredenheid helpen om de sterke punten en de uitdagingen van de school te identificeren en aan te pakken. Het kan helpen om te begrijpen waarom medewerkers wel of niet tevreden zijn met hun werk, en wat er nodig is om hun werkervaring te verbeteren. Dit kan op zijn beurt helpen om een ​​positieve cultuur van betrokkenheid en ondersteuning op te bouwen, wat op de lange termijn kan leiden tot betere prestaties van de school en je medewerkers.

Is tevredenheid van leveranciers belangrijk voor uw onderwijsorganisatie?

Leverancierstevredenheid is belangrijk voor het primair onderwijs. Het primair onderwijs heeft regelmatig behoefte aan verschillende producten en diensten, zoals lesmaterialen, meubilair, ICT-apparatuur, en onderhoudsdiensten. Het is daarom van belang dat de leveranciers waarmee het onderwijs samenwerkt betrouwbare partners zijn die kwalitatief hoogwaardige producten en diensten leveren.

Een hoge mate van leverancierstevredenheid kan bijdragen aan het succes van het primair onderwijs door ervoor te zorgen dat de benodigde producten en diensten op tijd worden geleverd, van goede kwaliteit zijn en voldoen aan de specifieke behoeften van het onderwijs. Dit kan leiden tot een efficiëntere werkwijze, betere leerresultaten en een hogere tevredenheid bij zowel leerkrachten als leerlingen.

Bovendien kan een goede relatie met leveranciers op de lange termijn kostenbesparend zijn, omdat de onderwijsinstellingen beter in staat zijn om afspraken te maken over prijzen en leveringsvoorwaarden. Kortom, leverancierstevredenheid is belangrijk voor het primair onderwijs omdat het bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs en een efficiënte werkwijze.

De kern vanuit dit drieluik is samen te vatten op de volgende wijze. Tevredenheid van alle betrokken stakeholders is van groot belang in een onderwijsorganisatie. Tevredenheid is de resultante van het werken vanuit missie en visie met verankerde kernwaarden. Als het goed is wordt dit gevoeld door stakeholders.

Op het moment dat tevredenheid ontbreekt heeft dit op langere termijn consequenties voor het bestaansrecht van je schoolorganisatie.

Maar hoe breng je deze diverse soorten van tevredenheid nu op een gestructureerde wijze in beeld!

Admodum Organisatieadvies heeft hiervoor in samenspraak met BiiC een mooi hulpmiddel ontworpen om dit op een adequate manier in beeld te brengen en te presenteren!

Ben je hier benieuwd naar, neem gerust contact op.

Heb jij het gevoel dat je de controle hebt over je bedrijf?
Wat is dat eigenlijk, controle hebben over je bedrijf?
De Dikke van Dale zegt: beheersing, iets onder controle hebben, iets in bedwang hebben, beheersen.

Zoals je wellicht weet ben ik businesscoach, waarbij ik gebruik maak van het MKB Canvas©. Een prachtig model wat heel goed laat zien hoe een organisatie werkt of niet werkt.

Het MKB canvas© bestaat uit twee cirkels en het middelpunt. De oranje cirkel geeft de klantreis weer en de blauwe cirkel de interne organisatie. Controle over je bedrijf gaat dus over de blauwe cirkel. Zijn de mensen, processen, systemen en financiën goed op elkaar afgestemd zodat de klantreis (marketing, verkoop, realisatie en relatiebeheer) geweldig kan verlopen. Want daar gaat het in de kern om. Op het moment dat de klantreis stroef verloopt heeft dat veelal te maken met het niet op orde hebben van je interne organisatie. Het middelpunt van het MKB Canvas© gaat over persoonlijk en zakelijk leiderschap. Presteer je als leider op het niveau van een 6, dan zal je organisatie ook niet verder kunnen groeien dan dit niveau.

Doe de volgende test:

Hoe je dat op een gemakkelijke manier toetsen of testen. Stel je nu een voor dat de omzet in je bedrijf verdubbeld? Dat is mooi, een luxe toch? Waar loopt het dan klem in je organisatie? Zijn dat de processen, systemen? Of is dat personeel of de financiën?

Ik zal dit verder uitwerken aan de hand van financiën. Financiën zijn het gevolg van de dingen die je in je bedrijf doet (omzet) en de inkoop die daarvoor nodig is. Op het moment dat de omzet in je bedrijf verdubbeld, gebeurt er eigenlijk iets vreemds in de financiën van je bedrijf. Er ontstaat financiële krapte. Hierdoor ontstaat verwarring in je mindset. Hoe kan dit nu! Je bedrijf groeit, maar financieel lijkt het juist alsof het slechter gaat.

Rekenvoorbeeld

In je onderneming gebeurt namelijk iets wezenlijks en je gaat het echt zien als je het doorhebt.

Winst/verlies November December
Omzet 100 250
Inkoop 60 113
Brutomarge 40 137
Kosten 30 30
Afschrijvingen 5 5
Winst 5 102
EBITDA 10 107
Balans December November   December November
Activa     Passiva    
Bedrijfsmiddelen 15 20 Eigen vermogen 102 0
Debiteuren 250 100 Crediteuren 143 90
Liquide middelen 10 0 BTW 30 10
Overige schulden 0 20
Totaal 275 120 Totaal 275 120

Betalingstermijn: debiteuren 30 dagen
Betalingstermijn: crediteuren 14 dagen

In dit voorbeeld betekent het dat er in november minimaal € 90 voorgeschoten moeten worden vanuit liquiditeit, maar die staat op € 0,00.
In december moet er minimaal € 143 voorgeschoten worden vanuit liquide middelen, maar die staat op € 10 vanuit het overschot cashflow vorige maand. Kortom in financieel opzicht een grote uitdaging.

Ik hoop dat dit eenvoudige voorbeeld je helpt om inzicht te krijgen wat de verhouding is tussen de winst en verliesrekening en de balans.

Oplossingsrichtingen

Hiervoor zijn diverse mogelijkheden beschikbaar. De eerste mogelijkheid is factoring, de tweede mogelijkheid is het aangaan van een rekening Courant krediet, een derde mogelijkheid is het zoeken van een informal investor.  Factoring is handig om je debiteuren te beheren en snel uit te laten betalen. Uiteraard brengt die ook een kostenplaatje met zich mee. Dit geldt natuurlijk ook voor de andere oplossingsrichtingen.

In de praktijk van alledag zie ik dat ondernemers hun liquiditeitsprobleem op korte termijn oplossen door de BTW inkomsten of reservering belasting te gebruiken. Dit is een minder handige korte termijn strategie en niet financieel duurzaam. Eigenlijk ben je een dief van de overheid op het moment dat je de BTW niet kan betalen.

Wat voor het oog een gezond en stevige ondernemingsgroei is kan het begin zijn van het einde van je onderneming omdat je niet in staat bent om op korte termijn aan je verplichtingen te voldoen.

Is het dan echt zo somber gesteld?
Nee, natuurlijk niet. Als je zorgt voor goede financiële informatie, zodat je tijdig kan sturen op je werkkapitaal is er niets aan de hand. Wat ook goed werkt is de methode Profit first©. Hiermee reserveer je de omzet over de diverse potjes (Winst, inkoop, btw, personeel, kosten). Werk met goede stuurinformatie en laat je niet financieel verrassen door de belastingdienst of een crediteur.

Vragen of hulp nodig, neem snel contact met mij op.

Ooit zei een bekende Nederlander:
“Je ziet het pas als je het door hebt”

Onderwijsinstellingen hebben veel overeenkomsten met het bedrijfsleven, namelijk dat cultuur vanuit de top van de organisatie wordt bepaald, maar ook dat het eindresultaat (Cito-scores, medewerkerstevredenheid, oudertevredenheid en leverancierstevredenheid) wordt bepaald door de cultuur en de set van gedragingen in de organisatie. Dit betekent als er sprake is van onvoldoende bestuurskracht of leiderschap dat dit effect heeft op de prestaties van de schoolorganisatie. Het bestuur moet er voor zorgen dat de directie in positie is, hierdoor kan de directie ook richting het managementteam en medewerkers een duidelijke koers varen. Duidelijkheid en helderheid zijn belangrijke ingrediënten. Is het mogelijk om helder te krijgen wat uw blinde vlekken zijn in uw organisatie?

Tip 1:

Wil je weten waar je staat als bestuurder/directeur in dit speelveld is het de kunst om te luisteren. Wat leeft er bij de medewerkers, leveranciers, ouders en leerlingen. Bouw een reflectieve organisatie waarbij 3600feedbackinstrumenten gemeengoed zijn. Niet om elkaar af te breken, maar om de organisatie op te bouwen. Dit vergt een open houding van een iedere stakeholder in de organisatie. Maar in dit alles houd wel koers aan de hand van je ontworpen missie en visie.

Tip 2:

Zorg voor een heldere missie. Waarom bestaat uw organisatie? Dit is een ontzettend belangrijk vertrekpunt. De missie is het fundament van je organisatie. De missie voedt de kernwaarden in je organisatie. De missie vertaal je naar een gedragen visie voor de komende periode. De medewerkers die werken in je organisatie omarmen de kernwaarden en deze visie en gaan daarmee aan de slag!

Tip 3:

Een schoolorganisatie is per uitstek een omgeving waarin veel leervermogen aanwezig is, maar door de krachtenvelden die er zijn, zoals de verhouding Raad van Toezicht / College van Bestuur / Directie / Managementteam lijkt er van dit leren weinig terecht te komen. In de waan van de dag moet er heel veel. Plan regelmatig momenten in uw organisatie waarin gewerkt wordt ‘aan’ uw schoolorganisatie in plaats van ‘in’ schoolorganisatie.

Wilt u weten hoe Admodus Advies kan bijdragen aan inzicht krijgen in uw organisatie en de juiste diagnose stellen en ontwikkelingen in één strategie op 1 A4?